Herfst in de Oostelijke Pyreneeën

Het gebied rondom de Carlit was mij niet heel onbekend.
Joery's verslag herfsttocht-door-de-oostelijke-pyreneeën was de aanleiding
om nog eens die kant uit te gaan maar nu wat later op het seizoen. De warme kleuren die zijn foto's uitstraalden spraken mij erg aan.
Hij heeft een veel pittiger tocht gelopen en kreeg geregeld af te rekenen met een heel ander weertype.
Bij mij waren het zomerse omstandigheden. Dat is niet altijd zo. Toch maar even zijn verslag nalezen kwestie voorbereid te zijn!
Daarom is mijn trip niet vergelijkbaar met wat hij ginder heeft uitgespookt.
En mijn foto's , tja, daar valt nog wat te leren.


Periode: 11/10/11 tot 23/10/11

Kaarten:
TOP 25: 2249OT Bourg-Madame/Col de Puymorens/Pic Carlit
TOP 25: 2249ET Font-Romeu/Capir
Carte de randonnées: nr 21 Andorra-Cadi

Dag 1 :Trein der traagheid
Duur : te lang

Er zijn geen zekerheden, het sluimerde al diep in mij bij het boeken van de nachttrein.
Gaan ze wel, gaan ze niet rijden?
Ik heb het hier over de sncf.
Wordt er ergens gestaakt in Frankrijk dan zijn ze geheid van de partij om ook mee te doen. Het was deze keer niet anders,
als gevolg dat ik één dag zou verliezen omdat ik niet verder geraakte dan Parijs.
Luidsprekers vragen, in Sarkosy stijl, om begrip.
"Madam, Monsieur merci pour votre compréhension."
Wij, de gestrande reizigers kregen een stilstaande slaapwagon aangeboden.
De trein der traagheid. De volgende dag ging het verder naar het zuiden. Een geluk dat ze bij staking steeds een minimum dienstregeling verzekeren.
Het was al donker toen de bus mij bij het dorp Mérens-les-Vals afzette. Ik liep naar het deels gerestaureerde Romaanse kerkje en legde
onder het schijnsel van de verlichtte toren mijn slaapzak open,
De shelter werd niet opgezet. Dat zou ook niet nodig zijn.
De rest van de week werd er stabiel en zonnig weer voorspeld. In het tweede deel van de volgende week zou een regenfront even zijn opwachting maken
en daarmee een kans dat de dalen onder een wolkendeken zouden gaan liggen. Ik besloot daarop, net voor mijn vertrek, de route om te gooien.
Het eerste plan was om in een acht-vormige lus doorheen het grensgebied van Frankrijk,zuidelijk Andorra en Spanje te lopen
met de plaats Porta als kruispunt van de twee lussen.
Daar zou ik, om het draagbaar te houden een voedselpakket verstoppen.
De hoofdtocht was voor de tweede week als ik het gebied rondom Pic de Carlit zou verkennen.
Ik besloot door de weersverwachting eerst bij de Carlit te lopen maar verzuimde om mijn voedseldrop aan te passen.
Achteraf gezien niet zo’n goed idee.
Een vast plan had ik niet. Bij wijze van experiment zou ik het allemaal wat op mij af laten komen.
Er waren in de voorbereiding wel een paar plaatsen die ik had aangevinkt.

Dag 2: Naar de voet van Réservé Nationale de Faune d’Orlu.
Duur:6u

Ik loop door Vallée de Nabre. Een vallei die ik van vroegere tochten ken. Een prettige rustige aanloop.
Als ik in de buurt van de warm water zwavelbron kom, ruik ik ze al vanop afstand en breng er een kort bezoek aan.
Er was het idee dat ik mij op het einde van de tocht ritueel zou reinigen in het warme water maar door het omgooien van de route zal dat er niet van komen.
Enkele jagers speuren vanaf het pad, de omgeving af. Het is voorbij de afslag naar Porteille de Bésines dat ik langs de beek onder wat stenen een zak eten verstop.
Een calorie depot voor week twee.
Mij pas realiserend toen ik terug onderweg was dat een marmot om die zak terug bloot te leggen, daar geen werk mee gaat hebben.
Ik volg de steenmannetjes langs Rau du Nabre maar geraak ze kwijt. Het hoeft geen probleem te zijn.
Pic de l’Homme en de route onder deze top tussen Col de la Parade en de oostelijke toegang tot Etang Tort had ik al lang in de mot.

jasse de la parade


Ik verkende de oostelijke hoek van Jasse de la Parade nog even en klom dan naar de Col de la Parade.
Om Pic de l’Homme te bereiken was enkel op het einde een klein beetje handenwerk nodig.
Hier en daar nog een klein restje sneeuw van een eerdere neerslagperiode.
Ik hield vooraf de mogelijkheid open dat de afdaling vanaf Pic de l’homme te moeilijk zou zijn en ik terug zou moeten keren om
via het bijna horizontale pad onder de berg naar l’étang Tort te lopen.
De afdaling was steil maar met enige voorzichtigheid geraakte ik tot de col om dan af te stevenen naar een vreemde grijskleurige blok.
Het bleek een soort onderkomen te zijn op een onderstel van twee luchtbanden. Ze moeten het niet gekker gaan bedenken.
Dit bouwsel past hier niet. Verrassend was wel dat er een gasvuur is ingebouwd.
Erg sprekend is het beeld rondom het meer niet en daarom zocht ik verderop langs ruisseau de l’étang Tort naar een vlakke plek.
Verkende de omgeving en kon van op hoogte al een beeld krijgen van de andere meren in het noordoosten.
De tent stelde ik enkel op om ze op de foto te zetten. Slapen deed ik onder de blote hemel.
(gedurende de tocht heb ik nog wat geëxperimenteerd met mijn vapor barrier liner die ik enkele keren heb gedragen,
‘savonds, doch vooral ‘snachts en een enkele keer in de vroege ochtend.
Door de nachtelijke uitstraling had ik, in open lucht en zonder damplaag gegarandeerd ijsopbouw tussen de bivakzak en de slaapzak.
Het sil-nylonpakje wat ik had gemaakt is niet 100% dampdicht maar heeft zeker positieve effecten om de condensatie in de slaapzak te verminderen.
Bij een experiment waar ik mijn voeten niet had ingepakt kreeg ik het gevoel dat deze begonnen te gloeien alsof alle vocht en warmte via daar
toch nog hun weg naar buiten zocht. Een keer sliep ik met de basislaag aan in een grote plastiek vuilzak als liner.
Er komt dan gegarandeerd geen vocht in het dons maar met een nachtelijke temperatuur van rond de –5 a –7°C had ik het toch wat warm.
Als de winterslaapzak wat krap bemeten is qua temperatuurbereik lijkt een VBL een zeer nuttige aanvulling om het comfort te verhogen
en er ook op langere termijn voor te zorgen dat de dons zijn isolatiewaarde behoudt.)

étang déroun en étang de naguille

Slapen was een probleem.
De ganse nacht door een continue stroom van beelden en gedachten.
Het deed me denken aan het beeld als kind wanneer ik naar een draaiende kermismolen keek. Bij iedere ronde dat het ding maakt merkte ik steeds nieuwe zaken op.
Buiten slapen maakt dat ik afgeleid was en omdat mijn route nog niet vast lag waren het ook deze hersenspinsels die mij wakker hielden.
Ronduit bizar was mijn gedrag toen ik meende dat er zich een bijzonder weerfenomeen zat af te spelen boven Etang de Naguille.
Iets dat ik zeker op de foto moest zetten.
Het was nog heel vroeg in de ochtend, kleedde me snel aan en met het koplamp op het voorhoofd repte ik mij naar een plek hogerop om “het wonder” te aanschouwen.
Om pas daar te concluderen dat er gewoon niets te zien was en dat het van op deze plaats onmogelijk was om Etang de Naguille te kunnen zien.

Dag 3: Naar een bijzondere maar winderige hoek.
Duur: 8u

Deze nacht tot de conclusie gekomen dat de vage plannen die ik had bijgestuurd moeten worden om te anticiperen op de kleine voedselvoorraad in de rugzak.
Beslis al gelijk om een routeaanpassing te doen.
In plaats van langs de oostkant van Etang de Naguille richting jasse de Pinet, Couilla de la Llause, Pic d’Ouxis richting Etangs des Peyrisses te gaan,
loop ik vandaag de kortste weg tot de zuidwest rug van Puig de la Cometa in de hoop dat ik van daaruit de zonsondergang mee kan maken.
Ik loop eerst naar Etang Déroun dat volgens mij een aantrekkelijker meer is om te overnachten.
Er zijn een paar mooie plekken aan de noordkant met uitzicht over Etang de Naguille.
Vanaf de uitloop maak ik terug aansluiting op een met steenmannetjes gemarkeerde route. De werkelijke route moet ergens meer westelijk beginnen.
Ik moet op enige afstand van de beek blijven omdat het water iets lager door een kloof loopt.
Het lijkt erop dat er, bijna beneden, verschillende routes zijn tot het gemarkeerde pad langs Etang de Naguille.

naamloze meertjes voor de klim naar couillade d'en beys


Een geluk dat ik gisteren niet geprobeerd heb om door te lopen tot de vlakte onder Couillade de la llause. Er kruipt meer tijd in de afdaling dan verwacht.
Als ik onder langs de helling van Pic de la Baynaye loop zie ik dat het relatief makkelijk moet zijn om vanaf Couilla de la Llause af te dalen
tot de plek waar ik nu loop.
Pic d’Ouxis komt mooi in beeld. De markeringen richting Couillade d’en Beys zijn niet altijd even duidelijk.
Steenmannetjes die ook naar Etangs des Peyrisses lopen zorgen even voor verwarring. In de afdaling naar Refuge d’en Beys kwam ik een eerste trekker tegen.
De hut was gesloten maar onder een stralende zon hielden enkele wandelaars er hun pauze.
Ik bleef langs het water lopen en pas aan de afslag bij passade de Mortès gooide ik de rugzak af om wat toerbrood te knabbelen.

étang de la couillade en étangs d'en beys

Het ronden van de noordelijke uitloper van Puig de la Cometa gaat gemakkelijk. Er loopt steeds een duidelijk spoor.
In de aanloop naar Jasse de Delà keek ik uit over het vervolg van de route. In het begin geleidelijk, maar tegen het eind wat steiler werkte ik mij doorheen de vallei.
Eenmaal op de graat bij Portella Gran is er het beklijvende beeld van het, met een wal doorsneden Estany Blau.
Ik daal naar de waterlijn en steek de landtong over om van op hoogte uit te kijken over de meertjes van Coma de la Llosa.
Het heeft niet veel zin om door te klimmen en ik besluit de waterlijn op te zoeken om langs de zuidkant van het meer te lopen.
Sneeuwresten maken dat ik plaatselijk wat hoger moet klimmen om enkele sneeuwhellingen te omzeilen.

uitzicht vanaf puig de la cometa

Ik klim door naar het 2600m punt op de zuid-oost graat van Puig de la Cometa.
De plassen waar ik wilde bivakkeren zijn haast uitgedroogd. Het is erg winderig en het oogde, bij gebrek aan uitzichten een niet zo’n aantrekkelijke plek om er te overnachten.
Ik besluit om toch maar te blijven omdat van hieruit Puig de la Cometa gemakkelijk beklommen kan worden.
Natuurlijk had ik vanaf Portella Gran rechtstreeks door kunnen klimmen naar deze uitzichtberg maar de klim wilde ik voor deze avond bewaren.
Ik loop nog even naar de rand om Estany de la Grave te bekijken. Verrast hoe diep dit meer onder mij ligt. Ik had dit meer ook als alternatieve route aangevinkt.
In dat geval zou ik na Couillade d’en Beys via Etang de la Grave en de gelijknamige coll hebben gelopen.
Puig de la Cometa mag dan wel de naam hebben een mooie uitzichtberg te zijn, de zonsondergang viel mij een klein beetje tegen.
Mijn oog was gericht op Estany del Reco. Er broedde in mij het plan om via zijn waterinloop naar het plateau noordelijk van Puig Carlit te klimmen.
Misschien voor een overnachting? Het plateau schermde de hoogste berg wat af.
Ik bleef boven tot de zon verdwenen was. In het halfduister zocht ik mijn bivakzak op.

dag 4: Wie schrijft die blijft (wat langer).
Duur: 6.30u

De voorbije nacht heb ik mijn bestemming voor vandaag aangeprikt.
Ik daal terug af naar Estany Blau om via Petit Estany Blau naar de rand tussen Puig de la Portella Gran en Puig Peric te lopen.
De route naar deze laatste berg is goed te zien. Terugblikkend zie ik een heel levendig panorama. Wat ligt Estany Blau toch mooi ingebed.
Vanaf de top moet deze hoek waar ik heb overnacht waarschijnlijk heel fraai in beeld komen.
Je zou vanaf daar heel gemakkelijk over de rug van Puig Peric naar de noordkant van Lac des Bouillouses kunnen lopen.

estany blau en puig de la cometa (rechts)

Omwille van mijn interesse voor archeologie besluit ik vandaag doorheen de vallei “la piera Escrita” te lopen.
Een vallei waar er inscripties van duizenden jaren geleden zijn teruggevonden.
Vanaf het 2607m punt zijn de meertjes rondom Refuge de Camporells goed te zien. Hier is ook de plek om een rechtstreekse doorsteek te maken naar deze hut.
Ik zoek mijn weg richting Puig de la Portella Gran en ik klauter door tot dit punt om dan af te dalen naar de hoogvlakte.
Het is ook mogelijk om bij het 2607m punt af te dalen om dan naar de col tussen Puig de la Portella Gran en Puig de Camporells te lopen.
Had ik wat meer tijd gehad dan was ik in deze hoek zeker een dag langer gebleven.
Het geeft de mogelijkheid heel de graat af lopen om dan via Estany de la Portella d’orlu af te dalen naar de gemarkeerde Tour du Capcir.
Een bivak op de graat is ook mogelijk voor wie lang van de zon wil genieten.
Het beekje “rec de la Piera Escrita” en een overvloed aan vlakke grasveldjes maken dat het heel relax bivakkeren moet zijn in deze stille vallei.
Hier kom ik de platte stenen tegen waar mensen een teken van hun aanwezigheid hebben achtergelaten.

inscipties bij "la peira escrita"

“Wie schrijft die blijft” gaat echter niet helemaal op. Mensen uit recentere tijden hebben al lang de oudere tekens overkrast.
Ik daal verder af tot ik terug op Tour du Capcir ben en loop in zuidelijke richting.
Best een aantrekkelijk, romantisch kader bij Estany del Mig. Heel dit gebied lijkt een goede winterbestemming zijn om ze al sneeuwschoenend te verkennen.
Ik neem hier het besluit dat ik mijn tent ga opzetten bij Estany de la Llosa.
Bij Estany del Anec verlaat ik het pad. Eenmaal in de kom tussen de twee “Peric’s” volg ik een klein stroompje water tot de plek waar het in Estany de la Llosa stroomt.
Ook nu gaan de zuiveringstabletten weer goed van pas komen.

Dag 5: In processie naar de top.
Duur: 7.30u

-6°C gaf de thermometer op mijn horloge aan. Opnieuw wat ijsvorming tussen slaapzak en bivakzak.
Voor ik afzakte naar de Pyreneeën had ik de bodem van de bivakzak ingesmeerd met verdunde siliconen. Een goed idee.
Mijn exped-mat blijft veel beter op zijn plaats ook al ligt de ondergrond onder een kleine helling.
Samen met het eerste zonlicht bracht de ochtend spektakel.
Het begon met een defilé van verschillende mistbanken over het meer waarbij de Peric’s mooi weerspiegelden in het rimpelloze wateroppervlak.

estany de la llosa

Doorheen de mist zag ik een imposant hert dat mij van op hoogte in de gaten hield. Het kon zo zijn weggelopen van een hertenkamp graanjenever etiket.
De route kwam mij door het beperkte zicht wat verwarrend over maar het spoor doorheen het gras was duidelijk.
Rec de Puig Peric wordt hierbij niet op de voet gevolgd .
Bij Cabana de la Balmeta zit ik terug op de gemarkeerde route
Aan de kop van Lac des Bouillouses eet ik mijn ontbijt op terwijl over het meer de mist begon op te trekken.
Waar ik met mijn gedacht was weet ik niet maar toen ik ontwaakte uit mijn droom was ik al aan de stuwdam bij Refuge le Bones Hores.
Domweg de roodwit markeringen in de verkeerde richting gevolgd.
Vermits het niet zo’n boeiende route was langs het water, zag ik er tegenop om nog eens terug te lopen en gooide de route om,
door net als vele anderen “Les lacs du Désert du Carlit” als bestemming te kiezen om dan via Puig Carlit door te steken naar Etang de Lanoux
Voordeel was wel dat ik even gsm verbinding had om een telefoontje naar huis te doen.
Het vervolg was duidelijk. Ik hoefde me maar in het spoor van zoveel anderen te zetten.
Het is weekend en met zo’n stralend weer was ik niet de enige met wandelplannen. Vooral een groep kwetterende Spaanse jongeren sprong in het oog.

puig peric reflecteert in estany de la llosa

Onderweg naar boven bekeek ik de helling tussen Estany de Trebens en Estany de Castella die ik door het fout lopen heb moeten laten schieten. Steil maar doenbaar.
Eenmaal op de top had ik spijt dat ik lager geen water had getapt.
Op de primaire top is het niet mogelijk maar op de tweede, noordelijke top is er een vlak stuk, dat ook nog eens uit de wind wordt gezet door een muurtje van rotsblokken.
Het was een ideale plek geweest voor een overnachting.
In de afdaling over bij momenten rollend puin, had ik even overwogen om water te halen uit Estany dels Forats,
een meer dat van bovenaf een bijna onnatuurlijke groene kleur heeft, om dan terug naar boven te klimmen.
Hoe verder ik daalde hoe minder de zin werd. Daarbij neem ik een risico. Voor hetzelfde geld is mijn plaats daar boven ingepikt.
Bij het meer zoek ik een vlakke plek om te kunnen slapen. Veel keuze heb ik niet. De shelter laat ik ingepakt.
Ik maak nog wat foto’s bij ondergaande zon. Het wordt wat frisser als ik in mijn slaapzak kruip.
Nog later op de avond, als de zon al lang achter de bergen is verdwenen en ook de hoogste top in de schaduw kwam te liggen kleurden de witte wolken helrood.
Hoog op de berg hoor ik stemmen. Hun geluid draagt ver. Toch nog mensen die er blijven slapen
Was de afdaling naar Estany dels Forats bij momenten steil, dan is dit niet te vergelijken met de afdaling vanaf de top richting Bouillouses.
Het eerste stuk had ik liever niet in die richting gelopen.
Af en toe had ik iemand een voetje moeten gegeven om een extra steunpunt aan te bieden bij hun afdaling.
Niet zo simpel met een zware rugzak op de rug.

Dag 6: Een lus wordt gesloten.
Duur: 8u

Lekker ongebaand doorgestoken naar het noorden om de route naar Cabane de Rouzet op te pikken.
Ik daal af naar de noordkant van Etang de Lanoux. Vanaf daar gaat het naar Portella d’Orlu.
Ik loop door een open gebied met her en der een klein watertje. Een vos voelt zich betrapt en maakt zich uit de voeten net als een groepje moeflons.
Alweer een heel charmante hoek.
Het duurt langer dan gedacht eer ik bij Etang Faury was.
Het laatste stuk loopt door een echt brokkengebied.

op de grens van réserve nationale de faune orlu

Aan het meer zijn er enkele goede bivakplekken. De noordkant heeft bij de waterlijn een vlak stuk en wat hogerop is er aan de noord-oost zijde een plateautje.
Ik hou een pauze en met mijn ogen zet ik de beste route uit. Ik kies als laatste meters een korte grashelling tot Porteille de Madides.
Die laatste meters lopen steiler dan verwacht zodat ik mij al vastklampend aan het stugge gras verder omhoog trek.
Bij regenweer lijkt het logischer om links of rechts uit te wijken om dan over de rotsen omhoog te klimmen.
Ik piep over de rand en zoek de plek waar ik het gemakkelijkst af zou kunnen dalen.
Ik loop een eindje in noord-oostelijke richting over de graat en daal dan over een puinhelling, naar de noordkant van het hoogste Etang de Madides.
Enkele vlakke plekken maken ook van dit meer een goed rustpunt.

etang soula couloumé

Ik probeer zo goed mogelijk de steenmannetjes te volgen. Het is nodig want anders vordert het soms erg moeilijk en loop ik me dood over al dat puin.
Eenmaal beneden aan de betonnen stuwdam, die vooralsnog ontbreekt op de kaart, heb ik mij tegoed gedaan aan de bosbessen die hier hingen.
Ik daal verder af naar mijn voedselpakket dat er gelukkig nog ligt.
De laatste meters enkele keren aan het strompelen geweest. Het vet was van de soep en ik hou een iets langere pauze.
De 6 kg extra eten die nu op de rug hangen wegen door. Ik loop in tragere tred tot Porteille des Bésines.
Volg even de steenmannetjes die richting Pic de l’Estagnas gaan maar omdat ik nergens een teken vind van een route die dwars op de helling loopt, kies ik zelf maar mij weg.
Na een tijdje zie ik diep onder mij Etang Soula Couloumé liggen. Ik kies de landtong uit als plek om mijn shelter op te stellen
De zon was hier vlug weg en van de eerste zon zal ik ook niet kunnen genieten wat eigenlijk een tegenvaller was.
Ik had gehoopt dat ik van hieruit een breder zicht zou hebben.
Ik overdenk hoe de volgende dagen er uit gaan zien en ik neem een besluit.

Dag 7: Een slordig gelast verbindingsstuk.
Duur: 7u

Ik ben pas om halftien vertrokken.
Niet dat ik heb liggen luieren.
In de ochtend rond gelopen of er wat foto’s te maken zijn van het kader maar het is hier voorlopig nog een donker gat.
Ik hoef niet terug naar Porteille des Bésines te lopen want aan de uitloop van het meer vind ik steenmannetjes die mij naar het dal begeleiden.
Refuge des Bésines was afgesloten. Ik vond de route richting Etangs Moulsut zo een twee drie niet terug en verkoos om zelf mijn weg te zoeken langs het water.
Door het struikgewas viel dat wat tegen. Gelukkig kon ik hogerop de met geel gemarkeerde route oppikken.
Ik had meer geduld moeten hebben en wat langer op de route naar Coll de Coma d’Anyell moeten blijven dan was ik het begin vast tegengekomen.

étangs moulsut

Direct gecharmeerd door het open vriendelijke landschap bij Jasse des Besineilles.
Als je een fotoreportage zou willen maken van je tent is dit de plek waar je moet zijn.
Zo gaat het tot de col waar ik zowaar een wegwijzer aantref die Refuge des Bésines aanwijst
Ik passeer een wandelaar en trek iets onder de graat verder naar het zuiden.
Onder mij Etang de Lanoux en langs de andere kant werp ik een laatste blik op Etangs Moulsut.
Op het moment dat de route afwijkt van de graat hou ik een korte pauze.
Ik schiet weerom een kemel door mij op de col in de verte te richten en ik loop me vervolgens de pleuris langs een steile helling
die ook nog eens op geregelde tijden wordt doorklieft met enkele geulen. Had ik in de pauze even op de kaart gekeken, dan had ik gezien dat ik fout bezig was.
Pas toen ik in de buurt van Portella de Lanos geraakte ging er een licht branden dat hier iets niet klopt.
Om de geulen te ontwijken was ik al een tijdje naar het hoogste punt aan het klimmen
waardoor ik ook nog eens getrakteerd werd op een erg steile afdaling om Portella de Lanos te bereiken.
Ik zag en hoorde van bovenuit een vrouw kreten slaken van verrukking toen ze vanuit het dal de col bereikte en voor het eerst Etang de Lanoux in het oog kreeg.

etang de lanoux

Ik ben nog even richting Estany de Coma d’Or gelopen tot ik bij Riu de Cortal Rosso een pauze nam.
Een en ander in de overweging genomen om dan, na eens door mijn haren gekrabd te hebben over mijn manoeuvre, terug te keren naar Portella de Lanos.
Zou je die port toch willen gebruiken dan kan je na de col zuidelijk van Puig de Coma d’Or bereikt te hebben (de route die ik had moeten nemen)
gewoon over de graat blijven lopen tot voorbij Pic de Cortal Rosso om dan in westelijke richting de route op te pikken waar ik nu sta).
Ik daal af naar Etang de Lanoux en merk dat het water uit heel deze buurt wordt afgevoerd en het land als het ware wordt uitgeperst.
De zuidkant van het meer oogt weinig aantrekkelijk door de bouwsels en zonder een echt plan waar ik vandaag wil landen zet ik mijn route verder richting Porté-Puymorens.
Het is een smal pad langs de wand. De bodem ligt relatief diep onder mij en biedt heel wat bivakmogelijkheden
maar om er te geraken is geen sinecure eenmaal je op de route richting Porté-Puymorens zit.
Door het overzicht op het dal is het best aantrekkelijk wandelen.
Even overwogen om naar het Estany de Font Viva af te dalen maar omdat ik geen afslag vind loop ik maar door
om boven el Passet te besluiten dat het welletjes is geweest voor vandaag. Ik zoek me door lage struiken een weg naar dit “meerje” met stuwdam.
Blijkbaar een plek waar in de zomer nogal wat mensen een stop nemen. Veel parkeerplaats en een klein houten barak waar er snacks gekocht kunnen worden.
Enkele picknick tafels met barbecue voorziening en een bord dat kamperen hier verboden is.
Hoewel ik niet kampeer maar bivakkeer wil ik geen moeilijkheden en zoek aan de oostkant van dit meertje,
wat uit het zicht van de verharde weg, onder de dennenbomen een goede plek.
Ik kies bewust voor deze kant van het water om toch enigszins zeker te zijn van een ‘verse’ aanvoer.
Vers neem ik zelf met een korrel zout omdat ik weet dat al het water van hogerop ten behoeve van de elektriciteitsproductie al lang naar elders is afgevoerd.
Voor het eerst maak ik tijd voor een flinke wasbeurt.

Dag 8: Andorra: hoogstens een belastingsparadijs?
Duur: 8u

Borden langs de weg geven aan dat de mouflons en gemzen, ook al zijn we buiten het parc, nog steeds van een beschermende status genieten.
Ik loop door het stille dorp Porté-Puymorens.
Het is nog erg fris. Ik spreek een bericht in naar het thuisfront.
Campcardos is een vallei waar ze eeuwen aan landbouw hebben gedaan.
Tijden veranderen en nu ligt er alles verstild bij. De paden worden niet meer onderhouden, de stenen muurtjes zijn in verval,
bomen nemen de plaats in waar vroeger akkers waren.
Het deed me denken aan het liedje van Wannes van de Velde: Pieter Breugel de Oude die terug keert naar het Brussel van nu.
De mensen van toen zouden de teloorgang van hun plek ook niet begrijpen.
Het is hier het gouden seizoen, met dank aan de berken. Campcardos blijft een liefelijk valleitje ook al is het pad er doorheen wat ruim.
Er was eerst het plan om via Repla de Montfilla en Pic de Font Freda over de graat te lopen maar de route ernaar toe is niet duidelijk aangegeven.
Ik werk mij op mijn gemak verder naar de grens. Kom nog voor het uitgedroogde l’Estany Gros een heel degelijke cabane tegen.
Onderweg een grappig tafereel waar ik tijdens het schrijven nog om kan glimlachen.

vall campcardos

Wanneer ik een koe benader langs achter is zij op deze schrale grashelling, in volle overgave haar kost bij elkaar aan het schrapen
en met een klinkende bel die constant rond haar oren zit te rammelen is ze zich verder van niets bewust,
tot ze mij plots opmerkt en in een angstreflex de ogen wijdt open spert om dan een fractie later zich terug te richten op haar dagtaak,
het bijeen schrapen van haar kost. Die blik met twee opengesperde koeienogen had iets kostelijks.
Deze morgen kon ik niet inschatten hoe ver ik vandaag ging geraken. De natte vinger wees naar Estany de les Passaderes (Estany Negre).
Het is nog vroeg en daarom besluit ik om er een langere dag van te maken door vandaag nog tot voorbij de grens achter Portella Blanca d’Andorra te lopen.
Het eerste kleine Estany d’Engaït leek van op afstand eerder een modderpoel en daarom zette ik mijn weg maar verder.
Ik had van Joery begrepen dat de wandeling langs de verschillende meertjes bij Clot dels Pessons het mooist zouden zijn bij ochtendlicht.
Die wetenschap dreef mij vooruit.

naamloos meertje in de aanloop naar het merengebied clot dels pessons

De route over het gr7 pad lijkt verkeerd ingetekend op mijn kaart want ik moet nog flink klimmen.
Het grotere Estany d’Engaït ligt nu diep onder mij. De markeringen leiden mij tot Portella de Joan Antoni
waar ik uitkijk over een verknoeid landschap ten behoeve van het ski-toerisme.
Bij Pic de la Menera hou ik een korte pauze.
Estany dels Pessons krijg ik van hieruit al in zicht.
Bel nog even naar huis omdat ik vrees dat ik verderop geen contact meer kan leggen.
(Het lijkt dat je in deze hoek van Andorra gemakkelijk verbinding kan maken. De daaropvolgende dagen had ik hier weinig problemen mee).
Het duurt langer dan verwacht eer ik mijn tent op kan zetten. Het terrein is bij momenten nogal geërodeerd en steil.
In de buurt van Riu dels Colells valt het allemaal nog mee maar dicht bij Estany dels Pessons loop ik door een verminkte omgeving en nog worden er pylonen geplaatst.
Een meertje hoger zette ik de tent op. Alleen de masten aan de horizon verraden de teloorgang van de natuur in deze hoek.
Wat me verder nog is opgevallen: de markeringen zijn alles behalve uniform, soms een vlag groot en ik vind dat ze geregeld verkeerd geplaatst zijn tov de route.
Alsof er een heen en terugroute bestaat.
Het was een mooie zonsondergang maar ik was vrij leeg gelopen en had daarom nog maar weinig oog voor de omgeving.

Dag 9: Baaldag met een geruststellend eind.
Duur: 7u

estany dels pessons

Ik sta op tijd op, misschien zelfs wat te vroeg want een deel van de vallei lag nog in de schaduw.
Ik kom bij het meertje dat Joery zo mooi in beeld heeft gebracht. Ik zie ook de beweging die er in het water zit.
Zo goed als zeker komt dit door het aanstromende water van het hoger gelegen meertje. Het laatste stuk tot de col loopt in een zigzag naar boven.
Ik zit volgens mijn nachtelijke berekeningen met een dag overschot en besluit op de top van Pic de Ribus tot boven Estanys de Montmalus te lopen
om daarna terug te keren richting Estany de I’Illa.
Ik zit niet goed in mijn vel, zit met diarree opgescheept en loop niet echt warm voor dit stuk van de Pyreneeën.
De mega hut bij het meer is een echt gedrocht. Het ziet er hier allemaal zo uitgeleefd en opgedroogd uit, met heel weinig kleur in het gesteente.
Wat lager in de buurt van Pla de l’Ingla wordt de vallei aantrekkelijker. Ik kom de mooi onderhouden hut Riu dels Orris tegen en overweeg om er te blijven.
Het is duidelijk dat er een omslag van het weer zit aan te komen. Leg nog even mijn gerief te drogen om dan toch te besluiten door te trekken naar Perafita.
Ik heb het mij niet beklaagd. Eenmaal onder in de vallei en in de aanloop naar Collada de la Maiana zit er terug wat meer variatie in het landschap.
Goede markeringen tot bij Riu de Perafita. De route naar Estany de la Nou, een meertje wat ik had aangevinkt staat ook aangegeven.
Ik maak een wijs besluit, kies voor comfort en overnacht in de hut. Ik moet wat verstelwerk doen aan mijn schoenen.

onderweg naar perafita

Door de afdalingen over puinhellingen, het vegen tegen rotsen met de binnenkant van mijn voet zijn de stiksels erg beschadigd geraakt en ik leg met naald en draad een nieuwe laag.
Ik haal nog vlug wat water uit een beekje. Als het zou beginnen regenen wordt het water echt ondrinkbaar door de mest die hier overal ligt.
Het is nog niet duidelijk hoe ik de laatste dagen door ga brengen. Als ik die nacht op sta om te plassen hangt de vallei vol mist en is er lichte sneeuwval.

Dag 10: Het verlangen van een koe.
Duur: 8u

Vandaag heb ik er stevig de pas in gehad.
Deze morgen wakker geworden in een witte omgeving. Alles is met een laagje verse sneeuw bedekt.
Vanaf de hut gezien blijft port de Perafita voorlopig nog verscholen. Met mijn kompas een peiling gemaakt om toch bij de juiste col uit te komen.
Estanys de Perafita laat ik rechts liggen.

estanys de perafita

Op de col nog even tot de graat gelopen en bij Pic de la Raconada de la Maiana beslist om mij toch maar op veiliger paden te begeven
in plaats van bij de grens te blijven tot Port de Vallcivera zoals Joery had gedaan.
Het zijn niet allemaal grasgraten en ik heb geen idee hoe steil het gaat zijn bij oversteken van bijvoorbeeld Portella de Setut. Eenmaal op weg zit ik ook vrij ver van andere routes.
Bij gebrek aan gtx sokken hulde ik mijn voeten in een VBL systeem bestaande uit enkele plastiek zakjes en zelf genaaide tyvek oversokken. Ik twijfel aan hun duurzaamheid.
Ik daal vrij steil af tot Estanys de la Pera en zoek dan de GR11 op.
Daarmee veroordeel mij tot heel wat km brede bospaden. Loop langs een grote picknickweide bij ‘les Pollineres’. Er komen enkele auto’s naar boven.
Waarschijnlijk om te zien of er al genoeg sneeuw ligt want even later schieten ze mij weer voorbij richting dal.
Refugio forestal del Pradell is een hut om te vermijden. Onbemand en de grond is overal bedekt met paarden uitwerpselen.
Paarden gebruiken de hut om beschutting te zoeken. Door de vele dode naaldbomen geeft het een troosteloze indruk.
Ik zie wel dat er vanaf hier een gemarkeerde route loopt naar het grensgebied in het noorden.
Doe weinig moeite om de doorsteek te zoeken naar Riu de la Llosa maar daal verder af naar Viliella. De laatste km liepen gelukkig weer over een heel aantrekkelijk pad.
Daarna ging het richting noorden. Kort bij de ruines van Castell de la Llosa loop ik bij enkele gebouwen via een brug naar de rechterkant van de rivier.
De route blijft tot net voor cabana dels Esparvers over een breed pad lopen.
Maak daar nog een grappig tafereel mee.
Het verlangen van een koe duurt niet langer dan twee minuten. Daar heb ik een proefondervindelijk bewijs van.
Een jeep, enkele mannen en een paar honden dreven een groepje koeien voor zich uit richting zuiden.
Achter de jeep een tweede groepje koeien dat beslist had ook mee te gaan, wat niet de bedoeling was.
Een Spanjaard vroeg of ik twee minuten midden op het pad kon blijven staan als een symbolische grens. Daarna mocht ik mijn weg verder zetten.
Hij sprak enkel Spaans en ik verstond geen Spaans. In een Babylonische spraakverwarring en met veel handgebaren, elkaar uiteindelijk toch begrepen.
Heel die bende zet zich terug in beweging en ik blijf achter, aangestaard door tientallen koeienogen.
Er verandert niet veel in hun blik, maar toch, exact twee minuten later, als ik mijn weg verder zet, draaien ze zich ook om en doen waar ze geprogrammeerd voor zijn.
Grazen, grazen en nog eens grazen om al hun magen gevuld te houden.
Hun verlangen om mee de berg af te gaan lijkt vervlogen.

bivak bij cabana dels esparvers

Cabana dels Esparvers zelf was niet meer dan een orri.
Er liggen tal van rugzakken omheen.
Het gaat hier nog druk worden.
Ik zoek mij hogerop een plek die vrij is van uitwerpselen. Later op de avond, het begon al donker te worden kwam het groepje de berg afgerend,
waren minder kieskeurig in het uitzoeken van een bivakkeerplek. In een mum van tijd stonden hun tentjes recht en werd een vuur aangestoken;
Deze nacht, in een zoveelste experiment, schuif ik een vuilzak over mijn benen alvorens ze in de slaapzak te steken.

Dag 11: Zonsondergang boven Vall de Querol.
Duur: 8u

Ik heb uiteindelijk beslist hoe ik de overblijvende dagen ga lopen.
Na tal van varianten die ik in het hoofd heb afgelegd beslist om de laatste dagen op een lagere route te blijven.
Een route die ik normaal niet zou doen maar nu ik er toch ben wil ik die delen ook eens ervaren. Moeilijkheden zullen er niet zijn.
Ik zoek Portella d’Engorgs op en loop het laatste stuk over een bijna vlakke route tot ik uitkijk over de meertjes. Eindelijk nog eens een omgeving waar ik warm voor loop.
Het moet relatief simpel zijn om via Serra de Comaermada naar het zuiden te trekken.

estany dels aparellats/puigpedros op de achtergrond

Daal af naar het Estany dels Minyons en zoek dan mijn eigen weg naar portella de Meranges. Klim langs de rand door naar de Puigpedros waar ik een pauze hou.
Spreek nog een bericht in naar het thuisfront om dan over het plateau naar de oostkant te lopen.
Nog zo een goede plek om al sneeuwschoenend rond te lopen.
Het valt me op dat zelfs hier bij de top paardenmest ligt.
Portella de Meranges is niet de enige toegangspoort naar Puigpedros want ik zie dat er in het noordoosten ook een pad loopt over de uitloper van Puigpedros richting Porta.
Het zou een veel geleidelijker route kunnen zijn dan die via Portella de Meranges.
Bij Roc de l’Aliga zoek ik mijn weg naar beneden.

naar het oosten

Omdat een duidelijk pad wat op zich laat wachten trek ik opnieuw mijn eigen plan en loop naar het valleitje waar Rec. del Gespetar doorheen zou moeten lopen.
Ik ben dringend op zoek naar water. De beek staat echter droog.
Eenmaal lager op het brede bospad zag ik gietijzeren deksels in de weg liggen. Ik wist genoeg.
Het ziet er naar uit dat ze het water aftappen voor de drinkwatervoorziening in het dal. Ik had Pleta de les Cases aangevinkt als plek om te overnachten.
Er zal een ander plan bedacht moeten worden. Pleta de les Cases riep bij mij toch al geen wauw gevoel op toen ik er was en daarom trok ik maar verder.
Her en der waren er wel enkele drassige plekken maar dat water gebruikte ik liever niet.
De bron Font Freda heb ik niet gevonden maar wat een geluk dat er door Riu Tort nog een beetje water stroomde.
Ik kon weer verder en verplaatste mijn slaapplek naar Pleta de Fontanera. Niet zo’n heel slechte keuze toen ik bij Puig de Peransau uitkeek over Vall de Querol.
Van hieruit valt pas op hoe breed dat dit dal is. Zo breed dat ik tegen de avond verschillende warme lucht ballons op zag stijgen.
Eindelijk eens een plek waar ik lang kon genieten van de zonsondergang.


Dag 12: Een burgemeester, zijn dorp en mijn slot.
Duur: 5u

DSC_7535

Volgens mij zaten er deze nacht zwijnen rond de tent. Toen ik wakker werd van een geluid dat ik niet zo goed kon plaatsen,
stonden in eerste instantie de haren rechtop in de nek van het verschieten.
Het was even zoeken naar de markeringen van de GR11.
Eerst door een bos en later over een heuvelrug met een mooie doorkijk op het dal en het dorp Guils de Cerdanya dat weer erg leeg lijkt door al de gesloten luiken.
Veel gerestaureerde woningen die waarschijnlijk worden verhuurd. Zo loop ik bijna ongemerkt over van Spanje naar Frankrijk.
De grens legt hier een grillig traject af en ik zit mij af te vragen hoe hier vroeger een en ander is geregeld.
Er zijn zelfs boeken over geschreven:

Boundaries:the making of France and Spain in the Pyrenees

Kom onderweg over een oud pad, enkele mooie ruines tegen bij Sant Pere de Cerdret. Ik steek de Querol over om Latour-de-Carol binnen te lopen.
Het valt me nu pas op dat de rivier in zuidelijke richting loopt. De grens ligt hier een eindje van de waterscheiding af.
Op het dorpsplein voor het gemeentehuis hou ik bij een bron mijn middagpauze.

DSC_7577

Een man spreekt mij aan en is geïnteresseerd wat ik hier zit te doen en waar ik vandaan kom.
Hij maakt er mij attent op dat aan de andere kant van het dorp wat winkels zijn. Ik bedank hem en zeg dat ik het bij mijn toerbrood hou.
Als hij weg gaat maakt hij zich bekend als de burgemeester van het dorp.
Ik feliciteer hem nog vlug met zijn mooie dorpsplein en bedank hem voor de waterbron.
Hij bevestigde nog een keer dat ze lekker water gaf.
Ik zag een stralende burgemeester die fier was op zijn dorp.
Ik loop een paar honderd meter over de N20 om dan na het oversteken van Canal de Puigcerda het pad op te pikken dat via Salit (waar er enkele gebouwen staan) naar Bena gaat.
Dit gehucht heeft een gite d’étape. In de zon voelt het zomers aan maar als ik langs de noordkant van enkele gebouwen loop
zie ik dat op schaduwplekken de vorst al in de grond zit.
De bron in dit gehucht geeft nog maar een klein straaltje water. Ik vul alle flessen aan en zoek het pad op dat langs Riu de Bena in noordelijke richting gaat.
Inmiddels zit ik alweer op Tour du Carlit
Riu de Bena geeft nog voldoende water. De omgeving heeft een hoog romantisch gehalte door de door stenen opgetrokken wallen, de grazende koeien en
grasland waar er en der haast achteloos grote rotsblokken zijn rondgestrooid. Het is niet te verwonderen dat de mens hier vroeger dolmen heeft opgetrokken.
Zet me even langs de kant om de kaart vast te pakken op zoek naar een plek voor deze avond.

devesa de bena

Ik zie dat in de overgang van de route langs Riu de Bena naar het pad langs Riu de Salit een kleine 1848m hoge top ligt en loop er naar toe.
Op de heuvelrug tussen de twee stroomgebieden krijg ik mooie uitzichten op mijn netvlies gebrand.
Het topje echter is geen bruikbare plek. Veel lage struiken en de top bestaat uit kwarts. Ik keer terug naar de heuvelrug bij “la Devesa de Bena”
Na een uitgebreide wasbeurt breng ik zalig genietend in de zon de rest van de namiddag door.
De tweede week viel landschappelijk flink tegen in vergelijking met het gebied rondom de Carlit.
Door hier te blijven eindig ik alvast mijn wandelweken in schoonheid. Ik mag echt van geluk spreken met zo’n weer. In de Alpen en Vogezen is het veel natter geweest.
Zo’n weer heeft toch ook zijn nadelen. Ik geraak verwend en kan geen vaardigheden aanleren hoe ik met de elementen om moet gaan.

Dag 13 De kring wordt gesloten.
Duur: 4u

DSC_7698

Ik besluit om het rustig aan te doen en loop niet meer door naar l’Hospitalet-près-l’Andorre. Ik neem in de ochtend ruim mijn tijd.
Laat de zon inwerken op het tentzeil om mijn shelter droog te krijgen. Herschik de rugzak terwijl een wandelaar de berg op komt gelopen.
Later op de dag kom ik hem opnieuw tegen. Ik hoor dat hij met de nachttrein vanuit Parijs is gekomen voor een korte tocht.
In de aanloop naar Coll de l’Homme Mort zie ik een eind van het pad een orri staan die niet terug te vinden was op de kaart.
Ik loop er even naar toe om te zien hoe hij is opgebouwd en neem de tijd om naar de rand te lopen voor uitzichten naar het westen.
Verder onderweg een leeggehaald omhulsel van wat ooit een paard was.
Na Coll de l’Homme Mort kwam ik in het bos terecht met nog een paar goede bivakplekken in een kleine vallei waar een klein stroompje doorheen liep.
In eindeloze zig-zags daalde ik af naar het dorp. Net voor Porta ging ik even van het pad af om mij grondig te wassen.
Ook nog de tijd genomen om een zak kostmossen te plukken voor mijn bloemschikster thuis.
Porta, nog zo’n dorp dat verlaten oogt en daarom loop ik maar verder naar het station waar ik mij installeer in de wachtruimte.
Een kale ruimte met veel dode vliegen op de grond.
Voor mij een sjofel type die een conversatie met zz aan het voeren was. Een klein transistorradio bij had en zich bezig hield met het zoeken naar een zender zonder ruis.
De lege fles wijn benevelde zijn omgeving en hij had geen benul dat ik mij in dezelfde ruimte bevond.
Ik heb vooral ruis gehoord die namiddag.

porté-puymorens

Ik spoorde naar l’Hospitalet omdat mijn ticket voor de terugreis pas vanaf daar gold .
Nog voor de kaartjesknipper bij mij kwam bereikte ik l’Hospitalet en heb dus gratis kunnen reizen.
Ik loop nog even door het dorp maar daar was weinig leven te bespeuren. Het is er kil en winderig en het mooie weer van de voorbije weken is verdwenen.
Vul mijn flessen nog even aan een waterpunt en zet mij in het station, wachtend op de nachttrein.
Geleidelijk vult de ruimte zich met volk die, te zien aan de luxegoederen die ze bij zich hadden, hun weekend in Andorra hebben doorgebracht.
Ze bouwen een feestje.
De flessen drank worden boven gehaald en naarmate de tijd vordert wordt de plas water van smeltende ijsblokjes op de grond alsmaar groter.
Zelf lijken ze door de alcohol ook wat van hun vorm te verliezen wanneer hun stemmen wat luider en de irritaties wat scherper klinken.
Nog wat later verdwijnen we allemaal in onze eigen couchette.
Mijn tocht zit erop.

Conclusie:
Ik heb niet de tocht van mijn leven gelopen. Landschappelijk viel vooral de tweede week flink tegen.
De noordkant van Andorra en het grensgebied met Frankrijk is veel boeiender en uitdagender.
Het neemt niet weg dat die tweede week wel eens een goede beginnerstocht zou kunnen zijn omdat je onderweg geen moeilijkheden tegen komt.
De hellingen blijven vriendelijk en geregeld kan je een telefoontje naar huis doen om ze op de hoogte te houden van je vorderingen.
Die vriendelijkheid geeft volgens mij ook tal van mogelijkheden om er een wintertocht of voorjaarstocht van te maken met een stel sneeuwschoenen onder de voeten.
Met voorsprong haalt de route van de eerste week het op die van de tweede week.
Er kan hier veel meer geëxperimenteerd worden (maar dit komt misschien omdat ik gedetailleerder kaarten bij had).
Een groot pluspunt: dit gebied is gemakkelijk bereikbaar met het openbaar vervoer.
Hou er rekening mee dat de tijden bij iedere dag louter indicatief zijn omdat ik er een heel wisselend tempo op heb nagehouden.
De pauzes zijn inbegrepen.

Reacties

Populaire berichten